Search for a command to run...
<p>In de periode november 2024 – januari 2025 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Molenwiek te Boxtel, in de gelijknamige gemeente. </p><p> De aanleiding hiertoe betreft de geplande sloop van het bestaande pand en de nieuwbouw van een meerlaags appartementencomplex. Er zal geen kelder worden aangelegd. De funderingsdiepte zal tot circa 0,915 meter beneden maaiveld reiken. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Boxtel (2013) in een zone met een Categorie 4: hoge archeologische verwachting. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 centimeter onder maaiveld. De omgeving van het plangebied ligt op de overgang van een hoger gelegen dekzandrug naar het lagergelegen beekdal van de Dommel. Op basis hiervan is er sprake van een gradiëntzone in het plangebied (overgang van droog naar nat). Er geldt een hoge verwachting voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. </p><p> De ligging op de hoger gelegen dekzandrug nabij de rivier de Dommel, was een aantrekkelijke vestigingsplaats voor agrarische bewoning. Er geldt een hoge verwachting voor nederzettings- en begravingsresten uit de bronstijd tot en met de vroege ijzertijd en een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit de midden-ijzertijd, Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de Achterberghstraat. Ten oosten van het plangebied ligt de Bosscheweg die in 1742 werd aangelegd, maar mogelijk een oudere voorganger kent. Aan de zuidoostelijk rand van het plangebied en mogelijk deels nog net binnen het plangebied is sinds tenminste begin 19e eeuw (minuutplan) een korenmolen aanwezig (gebouwd in 1681). Deze is in 1872 gesloopt. Gezien de aanwezigheid van deze molen en de aanwezigheid van een weggetje dat tot circa 1980 door het plangebied liep en waaraan enkele gebouwen lagen, geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. </p><p> Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een eerddek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een veelal scherp AC-bodemprofiel. Op basis van de boringen blijkt dat het plangebied in een natte omgeving ligt en daarmee niet aantrekkelijk was voor bewoning. Er worden er geen archeologische sporen meer verwacht uit de periode laat-paleolithicum tot en met vroege middeleeuwen. Voor de periode late middeleeuwen – nieuwe tijd geldt dat deze nog wel aanwezig kunnen zijn. Daarom wordt de hoge verwachting voor deze periode dan ook gehandhaafd. Dit ondanks het sterk variërende bodemprofiel. Dit kan op verstoring duiden, maar ook op resten uit de late middeleeuwen en/of de nieuwe tijd en in het bijzonder resten van de voormalige korenmolen.</p><p> Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen in principe vanaf het maaiveld archeologische resten aanwezig zijn in het plangebied. Wanneer er in het plangebied graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden vanaf dit niveau, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. De toekomstige verstoring zal vanaf het maaiveld tot tenminste 0,915 meter -mv plaatsvinden. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen derhalve een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau.</p><p> Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek dient zich primair te richten op de mogelijke resten van de voormalige molen in het zuidoostelijke deel van het plangebied. </p><p> Doorgaans zal dit vervolgonderzoek bij voorkeur plaatsvinden in een proefsleuvenonderzoek. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) ter toetsing te worden voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Boxtel).</p><p> De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst en akkoord bevonden door de bevoegde overheid (gemeente Boxtel), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. </p><p> Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.</p>