Search for a command to run...
<p>In opdracht van Reek & WJ Vastgoedontwikkelingen I BV heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam (BOOR) op 24 september 2025 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Beverwaardseweg 245 in het stadsdeel IJsselmonde te Rotterdam. In totaal zijn verspreid over het plangebied zeven handmatige boringen gezet, tot een maximale diepte van 6,49 m - NAP (5,00 m - mv). Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied een bureauonderzoek gedaan. De onderzoeken zijn verricht, omdat in het plangebied mogelijk nieuwbouw wordt gerealiseerd. Op basis van beide onderzoeken kan antwoord gegeven worden op de vraag of archeologische waarden aanwezig kunnen zijn, die bij eventuele grondroerende werkzaamheden worden aangetast of vernietigd. </p><p> Uit het bureauonderzoek komt naar voren dat voor het hele plangebied een lage archeologische verwachting geldt voor vindplaatsen uit het Paleolithicum, het Neolithicum, de Bronstijd en de Middeleeuwen (na de inpoldering van het gebied in het tweede kwart van de 15e eeuw). Daarnaast geldt voor het hele plangebied een onbekende archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Mesolithicum. Voor vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot 1373-1375) geldt echter een middelhoge archeologische verwachting. Vindplaatsen uit de IJzertijd kunnen in de top van het Hollandveen Laagpakket van de Formatie van Nieuwkoop (voorheen Hollandveen) aanwezig zijn. Vindplaatsen uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot 1373-1375) kunnen in de bovenliggende oeverafzettingen van de Formatie van Echteld (voorheen Afzettingen van Tiel I) aangetroffen worden. In de omgeving van het plangebied zijn reeds enkele vindplaatsen uit de Romeinse tijd en uit de 13e en 14e eeuw bekend op dit stratigrafische niveau. Tot slot geldt een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Nieuwe tijd in de top van de natuurlijke sequentie of in antropogene lagen daar direct boven. Dit hangt samen met de mogelijke aanwezigheid van overblijfselen van historische bebouwing in het noordelijke deel van het plangebied, ter plaatse van de bedrijfshal aan de Benedenrijweg 219B. </p><p> Het uitgevoerde verkennend inventariserend veldonderzoek heeft enkel inzicht gegeven in de bodemopbouw tot in het Hollandveen Laagpakket. De onder het veen gelegen diepere bodemlagen zijn niet bereikt binnen de maximale boordiepte. De top van het veenpakket is op een gemiddelde diepte van 3,63 m - NAP (2,30 m - mv) aangetroffen. De top is grotendeels aangetast door latere overstromingen in het gebied, waarbij oeverafzettingen van de Formatie van Echteld zijn afgezet. De intacte en archeologisch kansrijke afzettingen, gelegen op een gemiddelde diepte van 3,23 m - NAP (1,90 m - mv), hebben een tijdlang aan het oppervlak gelegen voordat ze werden afgedekt door jongere klastische afzettingen. Dit betreffen overstromingsafzettingen van de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren (voorheen Afzettingen van Duinkerke III). Deze vormen de top van de natuurlijke sequentie in het plangebied. De top, aangeboord op een gemiddelde diepte van 1,76 m - NAP (0,44 m - mv), is verstoord. Ter plaatse van het weiland, in het zuidoostelijke deel van het plangebied, liggen de natuurlijke afzettingen direct aan het maaiveld. Elders in het plangebied worden ze afgedekt door een opgebracht zand- en kleipakket met een gemiddelde dikte van 60 cm. </p><p> Uit het bovenstaande blijkt dat in het plangebied intacte oeverafzettingen van de Formatie van Echteld aanwezig zijn. Deze zijn kansrijk voor het aantreffen van archeologische resten uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot 1373-1375). Tijdens het verkennend inventariserend veldonderzoek zijn vooralsnog geen archeologische indicatoren in de top van de oeverafzettingen waargenomen. Tevens blijkt uit het bureauonderzoek dat in het noordelijke deel van het plangebied mogelijk overblijfselen van historische bebouwing uit de Nieuwe tijd in de ondergrond aanwezig zijn. In dit deel kon echter geen veldonderzoek uitgevoerd worden. Concluderend kan daarom gesteld worden, dat de kans bestaat dat bij grondroerende werkzaamheden eventueel aanwezige archeologische resten in het plangebied verstoord zullen worden.</p>