Search for a command to run...
In de praktijk doen zich geregeld vermogensverschuivingen tussen ongehuwde samenwoners voor. Samenwoners kunnen afspraken maken over de vergoeding hiervan, doorgaans in de vorm van een samenlevingsovereenkomst. Als zij geen samenlevingsovereenkomst zijn aangegaan, of hierover geen afdoende regeling in hun samenlevingsovereenkomst hebben opgenomen, kan contractueel regres uitkomst bieden. Daarvan is sprake als partners hoofdelijk verbonden zijn voor een schuld op grond van een overeenkomst en een partner meer dan zijn gedeelte van de schuld heeft voldaan (art. 6:6 lid 1 BW jo. art. 6:10 lid 2 BW). Als samenwoners een woning in gemeenschappelijk eigendom verkrijgen, zijn zij in de regel hoofdelijk aansprakelijk voor het voldoen van de koopsom van de woning en de (hypothecaire) geldschuld waarmee de aankoop van deze woning is gefinancierd. Het is in de praktijk niet uitzonderlijk dat een van de partners een groter gedeelte van een van deze schulden voldoet dan hem aangaat. Om die reden is contractueel regres een belangrijke grondslag voor vergoeding van vermogensverschuivingen, maar de toepassing hiervan is minder eenvoudig dan op het eerste gezicht lijkt. Dat is aanleiding om in dit artikel in te gaan op de vraag wanneer een partner aanspraak kan maken op vergoeding op grond van contractueel regres, in het bijzonder bij investeringen in een woning. Als eerste sta ik kort stil in welke gevallen samenwoners hoofdelijk aansprakelijk zijn (paragraaf 1). Vervolgens ga ik in op de vraag welk gedeelte van een schuld elk van de samenwoners aangaat (paragraaf 2). Daarna komt aan bod wanneer een samenwoner meer dan zijn gedeelte van de schuld heeft voldaan, waardoor een regresvordering ontstaat (paragraaf 3). Het artikel sluit af met verjaring (paragraaf 4).