Search for a command to run...
Het plangebied bestaat uit een locatie in Zuid-Kennemerland te IJmuiden (gemeente Bloemendaal en Velsen), waar een natuurontwikkeling gepland is. Voorafgaand aan dit onderzoek is een bureauonderzoek uitgevoerd. Hoewel in dit rapport geen vervolgonderzoek is geadviseerd, is besloten door de bevoegde overheid dat een verkennend booronderzoek noodzakelijk is voor de te verstoren locaties waar het maaiveld lager ligt dan 6 m +NAP. Dit besluit is genomen vanwege het risico op erosie door verstuiving/uitstuiven van de locaties waar bodemingrepen worden uitgevoerd op of rond dit maaiveldniveau. Op basis van de tijdens het eerder uitgevoerde bureauonderzoek verzamelde gegevens is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: In het Paleolithicum t/m het Mesolithicum leefden de mensen voornamelijk van de jacht, visvangst en het verzamelen van eetbare planten en vruchten. Deze zogenaamde jager- verzamelaars trokken door het landschap en verbleven alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun kampementen in vrijwel alle gevallen waren gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Het oppervlak uit de steentijd bevindt zich op meer dan 22 m –mv. Er geldt dan ook een niet nader gespecificeerde archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de steentijd. Het getijdenlandschap dat in het vroege Holoceen is afgezet ligt op ongeveer 14 m diepte en kan in de loop van het Mesolithicum – voordat het landschap onder water liep – bewoonbaar zijn geweest. Wadafzettingen waren te nat, maar de hogere delen van kwelders kunnen goed gebruikt zijn door jager-verzamelaars. Ook hierover is onvoldoende informatie beschikbaar en ook hier geldt dus een niet nader te specificeren archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de steentijd. Met de introductie van de landbouw (vanaf het Neolithicum) werd de mate waarin gronden geschikt waren om te beakkeren een steeds belangrijker factor in de locatiekeuze van de mensen. De eerste akkergronden werden aangelegd op de van nature vruchtbaarste gronden. Bovendien moesten de gronden goed ontwaterd zijn. Het plangebied ligt vanaf ongeveer de bronstijd op de Oude Duinen en dit landschap was goed bewoonbaar voor landbouwsamenlevingen. Archeologische gegevens in de omgeving wijzen hier ook op. Vanaf de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen geldt dan ook een hoge verwachting voor de aanwezigheid van resten van bewoning door landbouwsamenlevingen. In de late middeleeuwen wordt het gebied overstoven door de Jonge Duinen. Dit gebied is veel minder goed bewoonbaar geweest, maar niet onbewoonbaar. De mogelijkheid dat zich resten van bewoning in het Jonge Duinpakket bevinden is dan ook reëel. In de nieuwe tijd, in ieder geval vanaf begin 17e eeuw, is het gebied onbewoond en dat is tot op heden zo gebleven. De archeologische verwachting voor deze periode is dan ook laag. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het plangebied onderdeel geweest van de Duitse Atlantikwall. In het plangebied lagen loopgraven, een anti-tankgracht, drie geschutstellingen twee kabels, drie weapons pits en een pillbox.