Search for a command to run...
In opdracht van het waterschap Vechtstromen heeft Sweco Nederland B.V. een bureauonderzoek uitgevoerd voor drie gebieden bij de plaatsen Ootmarsum en Tilligte in de gemeente Dinkelland. De aanleiding voor dit bureauonderzoek zijn voorgenomen maatregelen met betrekking tot de verbetering van de waterkwaliteit vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Hiervoor heeft het waterschap een herinrichting gestart van het waterlichaam Tilligterbeek. Het waterschap heeft besloten om de opgaven te realiseren middels het realiseren van drie “stapstenen”, van boven- naar benedenstrooms: 1. stapsteen Witstaart; 2. stapsteen stuw Huttenweg; 3. stapsteen Ottershagen. Voor de eerste twee stapstenen is een schetsontwerp (SO) uitgewerkt. Omdat rond stapsteen Ottershagen, met daarin stuw Ottershagenweg, nog gesprekken worden gevoerd over grondposities, is hier nog geen SO voor opgesteld. Wel kan reeds gemeld worden dat er in de Ottershagen in 2025 een vismigratieverbinding wordt gecreëerd tussen de Tilligterbeek en de Beneden Dinkel middels de aanleg van een Vislift. Stapsteen 3 betreft het traject van de beek van (inclusief) stuw Ottershagen tot aan de onderleider onder de Dinkel. Tussen de stapstenen zijn geen KRW-maatregelen beoogd. Nadat het bureauonderzoek was afgerond en opgeleverd heeft de opdrachtgever bij deelgebied Witstaart een terrein toegevoegd. Die toevoeging is meegenomen in deze herziene nieuwe versie van dit bureauonderzoek. De vraagstelling voor het onderzoek is: welke archeologische waarden zijn in het plangebied (mogelijk) aanwezig en in hoeverre hebben de geplande ingrepen invloed op deze archeologische waarden? In de deelgebieden zijn geen bekende archeologische waarden aanwezig. In de directe omgeving liggen enkele archeologische vindplaatsen (AMK-terreinen en Archis-vondstmeldingen). Verder zijn er in de omgeving meerdere archeologische onderzoeken uitgevoerd. De informatie uit deze bekende waarden en onderzoeken gecombineerd met de gegevens over de landschappelijke ontwikkeling en situatie vormen de basis van de specifieke archeologische verwachting. Die specifieke archeologische verwachting is verdeeld over drie eenheden: beekdal, dekzandhoogte of -rug met plaggendek en bufferzone rond historisch erf. Voor de gebieden in beekdalen geldt een lage archeologische verwachting. Voor de beide andere gebiedszonesdelen geldt een middelhoge archeologische verwachting voor het aantreffen van vindplaatsen uit het Laat Paleolithicum/Mesolithicum tot en met Nieuwe tijd. Concreet is de archeologische verwachting voor de drie deelgebieden als volgt: • Witstaart - grotendeels gelegen in zone van beekdal en overige laagtes met een lage archeologische verwachting voor alle perioden; meest zuidelijke deel ligt in zone met bekende verstoringen, hier is geen onderzoek vereist. Aan de noordzijde ligt een klein deel van een dekzandhoogte of -rug. Hier geldt een hoge archeologische verwachting voor alle perioden en is onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 2500 m2 en dieper dan 40 cm. • Huttenweg - het grootste deel ligt in een beekdal en overige laagtes, hier geldt een lage archeologische verwachting. In het zuiden overlapt het deelgebied een deel van de bufferzone rond een historisch erf (erf Bokum). Hier geldt dat binnen een bufferzone van 200 m rondom archeologisch onderzoek noodzakelijk in plangebieden groter dan 2500 m² bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor gebieden kleiner dan 2500 m² geldt vrijstelling voor archeologisch onderzoek. Aan de westzijde ligt binnen dit deelgebied een uitloper van een dekzandhoogte of -rug met plaggendek. Hier geldt een hoge archeologische verwachting voor alle perioden en is onderzoek noodzakelijk bij ingrepen groter dan 2500 m2 en dieper dan 40 cm. • Ottershagen - gehele deelgebied ligt in zone beekdal en overige laagtes; hier geldt een lage archeologische verwachting voor alle perioden. Bij het opstellen van het advies voor eventueel nader onderzoek is uitgegaan van de gegevens op de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Dinkelland en gemeente Tubbergen en van de schetsontwerpen voor elk van de drie deelgebieden. Witstaart, Huttenweg en Ottershagen. Voor het opstellen van de definitieve inrichtingsplannen en ontwerpen wordt geadviseerd rekening te houden met de archeologische verwachtingskaarten en geen ingrepen te plannen ter plaatse van zones met een hoge of middelhoge archeologische verwachting (‘dekzandhoogte of -rug met plaggendek’ en ‘bufferzone rond historisch erf’; zie bijlage 3: bruine en beige gebieden). Indien in deze zones wel bodemingrepen worden uitgevoerd dieper dan de bouwvoor (tot 0,3 m -mv) wordt voor alle deelgebieden geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een verkennend booronderzoek. Doel is de bodemopbouw in deze zones in kaart te brengen en specifiek de mate van gaafheid van de opbouw. Indien hieruit blijkt dat er kansrijke zones bevinden voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen, is aanvullend onderzoek nodig om die archeologische vindplaatsen daadwerkelijk op te sporen. Hiervoor kan een karterend booronderzoek of een proefsleuvenonderzoek worden uitgevoerd. Voor de zones binnen de deelgebieden die als beekdal op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaarten staan weergeven en een lage archeologische verwachting hebben (zie bijlage 3: gele gebieden), wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. Dit geldt tevens voor het zuidelijke deel van deelgebied Witstaart dat als verstoord op die kaart staat aangeduid. Hier kunnen de voorgenomen werkzaamheden zonder verder archeologisch bezwaar worden uitgevoerd.