Search for a command to run...
Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Hieruit volgt dat het plangebied is gelegen op de omstreeks 4500 jaar geleden gevormde strandwal van Sint Pancras-Oudorp. Vanwege de hogere ligging geldt voor deze landschappelijke eenheid een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor resten vanaf het Laat-Neolithicum, afhankelijk van de positie op de strandwal. Archeologische resten kunnen op verschillende niveaus worden aangetroffen: in de top van de strandwalafzettingen en in de bovenliggende duinafzettingen die op de hogere delen van de locatie zijn te verwachten of in de afdekkende veen- of kleilaag die op de lagere delen (uiterste oosten) zijn te verwachten. Door vernatting zijn de flanken van de strandwal overgroeid geraakt met veen of afgedekt met klei die is afgezet vanuit de Westfriese getijdegeul. In of op een afdekkende veen- of kleilaag kunnen archeologische resten uit de Bronstijd aanwezig zijn. Een potentieel archeologisch niveau zal zich in dat geval manifesteren als een veraarde veentop of humeuze kleilaag. Als gevolg van duinvorming zijn de strandwal en ten dele het veen of de kleilaag op de flanken bedekt met duinafzettingen. In de top van de strandafzettingen en, als gevolg van verstuiving, op verschillende niveaus in de duinafzettingen kunnen archeologische resten uit de periode Laat- Neolithicum t/m Middeleeuwen aanwezig zijn. Een potentieel archeologisch niveau zal zich manifesteren als een ontkalkt traject, begraven bodem of een akkerlaag. Een akkerlaag is herkenbaar als een lichtgrijze laag met archeologische indicatoren zoals bot, aardewerk en houtskool. Anorganische resten zullen redelijk tot goed bewaard zijn gebleven. De conservering van organische en botanische resten is afhankelijk van de ligging ten opzichte van de grondwaterspiegel. Beneden de grondwaterspiegel zullen deze redelijk tot goed geconserveerd zijn, boven de grondwaterspiegel daarentegen matig tot slecht. Op kaartmateriaal uit de 19e en 20e eeuw is het plangebied onbebouwd en opgedeeld in grote rechthoekige percelen die hoofdzakelijk in gebruik zijn als weiland, hooiland of bouwland. Afgezien van een klein gebouw, waarschijnlijk een schuur, is geen bebouwing aanwezig. Archeologische resten uit de Nieuwe tijd zullen gezien dit beeld hoofdzakelijk uit sporen van landbewerking, greppels of sloten bestaan. Halverwege de 20e eeuw wordt het gebied geruilverkaveld. Daarbij lijkt het plangebied te zijn afgegraven en geëgaliseerd. Mogelijk verklaart dit de aanwezigheid van sloten op kaarten uit de tweede helft van de 20e eeuw en de huidige, relatief geringe maaiveldhoogte. In de jaren negentig van de vorige eeuw wordt het plangebied in gebruik genomen als sportcomplex. De aanleg van sportvelden met drainagesysteem, het graven van kabel- en leidingsleuven en de bouw van een clubgebouw kunnen tot een verdere verstoring van de bodemopbouw hebben geleid.