Search for a command to run...
<p>Hieruit komt naar voren dat het plangebied is gelegen in een met klei en veen overdekte strandvlakte tussen de Bloemendaalse strandwal in het westen en de Haarlemse strandwal in het oosten. Als gevolg van de lage ligging en de daarmee samenhangende ongunstige waterhuishouding waren strandvlaktes vergeleken met de hoger gelegen strandwallen onaantrekkelijk voor bewoning. De kans op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Bronstijd t/m Middeleeuwen wordt daarom als laag bestempeld. In strandvlaktes kunnen echter (kleine) zandige opduikingen voorkomen met een afwijkende oriëntatie (haaks op de strandwallen). De exacte locaties van deze zandopduikingen zijn vanwege het ontbreken van voldoende nauwkeurige gegevens van de ondergrond niet bekend. De zandige opduikingen boden in het verleden, vergelijkbaar met strandwallen, drogere en mogelijk gunstige wooncondities. Indien hiervan sprake is geldt een hoge verwachting voor archeologische resten uit de periode Bronstijd t/m IJzertijd.</p><p> Tot aan de Late Middeleeuwen bleven de strandvlaktes vermoedelijk onbewoond en werden ze alleen gebruikt voor de jacht, visserij, houtexploitatie en kleinschalige turfwinning. Op grond hiervan kunnen losse vondsten die samenhangen met dit gebruik worden aangetroffen. Vanaf ongeveer 1000 na Chr. veranderde de situatie toen de strandvlaktevenen werden ontwaterd door aanleg van een stelsel van evenwijdige sloten en in gebruik werden genomen voor de landbouw. Gelet op de historische ontwikkeling van het gebied en oude kaarten zullen in het plangebied aanwezige resten uit de periode Late Middeleeuwen t/m Nieuwe tijd uit sporen van ontginning zoals voormalige sloten en spitsporen bestaan. Hiervoor geldt een hoge verwachting, voor bewoningssporen geldt daarentegen een lage verwachting.</p><p> Als gevolg van het opbrengen van zand en de aanleg van bedrijfspanden in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw moet rekening worden gehouden met verstoringen. De aard, omvang en diepte hiervan zijn niet bekend.</p><p> ADC ArcheoProjecten adviseert om een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van een verkennend booronderzoek.</p>