Search for a command to run...
IDDS Archeologie heeft in oktober 2025 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Kerkstraat e.o. in Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard. De doel- en vraagstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Met het inventariserend veldonderzoek wordt deze verwachting getoetst en zo nodig aangevuld. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen in het zuidwestelijk zeekleigebied (Laagpakket van Wormer) en in de loop van het Holoceen volledig met veen bedekt is geraakt. Het veen betreft Hollandveen, onderdeel van de Formatie van Nieuwkoop. Met name in de Late Middeleeuwen zijn op het veen getijdeafzettingen (Laagpakket van Walcheren) afgezet. Op basis hiervan kunnen in het plangebied meerdere archeologische niveaus voorkomen. Het diepste niveau wordt verwacht op het Laagpakket van Wormer, vanaf ongeveer 3,6 m -mv (-3,4 m NAP). Hier geldt een lage verwachting op archeologische resten uit het Laat Neolithicum tot de IJzertijd. Door de diepteligging van het Laagpakket van Wormer zal de top bij de geplande werkzaamheden niet bereikt worden. Hierboven geldt, in de top van het Hollandveen Laagpakket, een middelhoge verwachting op archeologische resten, uit de IJzertijd tot en met de Vroege Middeleeuwen, vanaf 2,9 m -mv (-2,7 m NAP). Deze verwachting geldt alleen indien deze top niet geërodeerd is als gevolg van latere overstromingen. De verwachting voor het Laagpakket van Walcheren is laag tot de inpoldering. Vanaf het begin van de Late Middeleeuwen werd de Hoeksche Waard bedijkt waarna de bedijkte gebieden bewoonbaar kunnen zijn geweest. In de eeuwen hierna kreeg het plangebied te maken met inbraken vanuit zee. De St. Elisabethsvloed uit 1421 is de meest bekende van de overstromingen en zette grote delen van de Hoeksche Waard onder water waardoor het veen binnen het plangebied werd weggeslagen, dan wel bedekt werd onder een laag klei. Hierna overstroomde dit gebied tweemaal per dag, waardoor het onwaarschijnlijk is dat hier mensen woonden tot aan de inpoldering van de polder van Nieuw Piershil en Nieuw Beijerland in 1582. Op de verwachtingskaart van de gemeente Hoeksche Waard ligt het plangebied grotendeels in de historische kern van Nieuw-Beijerland (de rood omlijnde zone). Uit diverse historische bronnen is de voormalige aanwezigheid van bebouwing uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd met vrij grote zekerheid aangetoond waardoor deze zone een hoge verwachting heeft voor bewoningsresten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze verwachting geldt niet voor het deel van het plangebied dat op een inbraakgeul ligt. Hier geldt geen verwachting op archeologische resten vanaf de IJzertijd tot en met de Late Middeleeuwen vanwege erosie van onderliggende lagen en een lage verwachting vanaf de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Het booronderzoek heeft de verwachting uit het bureauonderzoek grotendeels bevestigd. Voor de Laagpakketten van Wormer en Walcheren geldt een lage verwachting. Door erosie geldt voor het Hollandveen geen verwachting meer. De verwachting voor resten van historische bebouwing kan door de aangetroffen verstoringen worden bijgesteld naar laag. De verwachting voor de inbraakgeul komt te vervallen aangezien deze niet is aangetroffen. IDDS Archeologie adviseert om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden. Wel verdient het de aanbeveling om de civieltechnisch aannemer te wijzen op diens meldingsplicht. Op basis van het historisch kaartmateriaal kan het voorkomen van resten van historische bebouwing niet volledig worden uitgesloten.